In het blad ‘Seizoenen’ van de Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren lazen we een interessant artikel over bomen in kleine tuinen. In Rotterdam beweert men nog al eens dat een tuin te klein is voor een boom, zodat er geen herplant volgt na kap. Tuinarchitect Paul Janssen laat hier zien dat er wel degelijk veel mogelijkheden zijn. We zijn blij het artikel hier met u te mogen delen.

Elke tuin, hoe klein ook, verdient een boom

Licht en schaduw spelen door het bladerdek en brengen sfeer, gezelligheid en intimiteit in je tuin. Een boom zorgt voor een plafond, structuur, privacy en tempert de zomerse hitte. Bovendien kunnen bomen voor een geweldige seizoensbeleving zorgen: ontluikende knoppen, fraai blad, geurende bloesem, bijzondere schors, mooie herfstkleur, attractieve en/of lekkere vruchten. In de kruinen vinden tal van vogels beschutting, nestgelegenheid en voedsel. Tenslotte bieden veel bomen ook een zachte schaduw voor onderhoudsvriendelijke onderbeplantingen met kleine heesters en kruidplanten.

Natuur en landschap zijn mijn ideeëntuin

Onlangs op een wandeling in de Ardennen zag ik een gemengde, geschoren haag waaruit regelmatig een boompje bovenuit stak. Het was de hulst met fraaie rode bessen. Verderop zag ik lijsterbes, meidoorn en eetbare kornoelje. Allemaal planten die te gebruiken zijn in kleinere tuinen. Wandelingen in de natuur geven mij altijd inspiratie en ideeën. Bovendien is het een gezonde ontspanning voor lichaam en soms gestreste geest. Uiteraard is het ook bijzonder zinvol om arboreta, parken en tuinen te bezoeken waar je vooral volwassen bomen en meerstammige boomheesters kan bekijken. Op die manier kan je de eigenschappen van een boom leren kennen.

Eigen ervaringen

De keuze van een boom zou in eerste instantie een duurzame keuze moeten zijn. Bomen bouwen immers mee aan het geraamte van je tuin. Als de boom vroegtijdig sterft of gekapt moet worden, heeft dit ook gevolgen voor de onderbeplanting. Als ik zelf kies voor een bepaalde boomsoort heb ik steeds de wens voor ogen dat deze boom oud mag worden op die bepaalde plek.

Naar mijn ervaring zijn onze inheemse en ingeburgerde boomsoorten nog steeds de beste garantie op succes! Helaas worden veel van die bomen te groot om in kleine tuinen te planten. Maar i.p.v. een appelaar kan je bijvoorbeeld ook kiezen voor de kleinere sierappel. Als aanvulling kan je naar uitheemse boomsoorten gaan die hun tuinwaarde bewezen hebben in ons klimaat. Mijn eigen tuin is best wel groot (2600m²) maar toch heb ik ervoor gekozen om slechts enkele grotere maar vooral ook een aantal kleinere bomen te planten. Een grotere diversiteit in soorten zorgt voor meer genieten, zowel voor onszelf als voor bijen, vogels en eekhoorns.

Tips voor de juiste keuze

Deze hangt uiteraard af van volgende factoren: bodemtype, droge of eerder vochtige grond, diep of ondiep wortelgestel, dichte of ijlere kruin, functie die de boom moet vervullen, kroonvorm van de volwassen boom, groeisnelheid, bloeitijdstip, bladvorm, herfstkleur, vruchten, enz. Welke maximum hoogte en breedte mag de boom ongeveer bereiken bij volwassenheid? Stem je keuze daarop af! Op vochthoudende zandgrond is de keuze ruimer dan op zware klei. Een luwe stadstuin biedt andere mogelijkheden dan een open tuin waar de wind vrij spel heeft. Traag groeiende bomen zijn duurder dan snelle groeiers maar leven doorgaans veel langer. Zoek je een schaduwboom bij een zitplek of terras? Dan zal je ook rekening moeten houden met de worteldiepte. Oppervlakkig wortelende bomen zullen je klinkers omhoog duwen!

2xboom

Verzamel voldoende info over de gewenste boom en vraag altijd extra info bij de gespecialiseerde kweker over je boomkeuze, bodem, planttips, verzorging enz. Aankopen gebeuren vaak impulsief, men kiest ter plaatse en vertrekt meteen naar de kassa. Dit is de beste garantie voor een mislukking! Heel dikwijls nog worden bomen aangeplant die te groot worden voor een bepaalde plek. Men maakt dus de verkeerde keuze. Als gevolg hiervan zijn deze bomen geen lang leven beschoren. In eerste instantie ga ik steeds op zoek naar bomen die van nature klein blijven en dus geen of nauwelijks snoei nodig hebben. Ook meerstammige boomheesters zijn heel geschikt voor de kleine tuin, bv. krent, Cornus kousa, Cornus mas, diverse Acer cultivars, sering, … Zij kunnen, mits eventueel wat begeleidingssnoei, perfect dienst doen als ‘boom’, maar deze behouden hun losse structuur.

Enkel indien ook deze bomen niet passen binnen de beschikbare ruimte, kunnen zuil-, lei- of bolbomen soms een goede oplossing zijn. Toch moet je, naar mijn mening, hierbij heel goed opletten! Veel van deze soorten krijgen uiteindelijk toch een zware en best brede kroon. Snoei is de enige mogelijkheid om dit in toom te houden. Kies dus voor soorten die vlot snoei verdragen of in bol geschoren kunnen worden, zoals de haagbeuk. Gezien de kruinen na verloop van tijd toch ‘uitzakken’, moet de stamhoogte minimum 220 cm bedragen. Bolbomen eindigen maar al te vaak als de grootste ‘lelijkaards’ in de tuin. De woning is volledig verdwenen achter veel te grote en te lage boomkruinen die niet of verkeerd gesnoeid zijn of de rij bolbomen groeien niet gelijkopgaand waardoor de symmetrie zoek is. De tuin gaat dan letterlijk gebukt onder het zware bladerdek. Neen, een bolboom is zeker niet mijn favoriet!

Persoonlijke favorieten en andere aanraders

Kleine, vrij uitgroeiende bomen en meerstammige boomheesters genieten mijn voorkeur. Persoonlijk hou ik erg veel van de inheemse, eetbare kornoelje (Cornus mas) die prachtig bloeit in de winter en eetbare vruchten geeft en de Amelanchier ‘Ballerina’ met witte bloesem en bessen. Amelanchier ovalis kan soms ook interessant zijn omdat deze een rechtopgaande groeiwijze heeft en minder breed is. Heesters als hazelaar, ligustrum, eetbare kornoelje, vlier en spork kunnen eveneens de hoogste laag vormen in een kleinere tuin. Verder diverse Acer soorten zoals A. japonicum, Acer palmatum, Acer subsp. tataricum. Onder de meidoorns zijn eveneens kleine bomen te vinden, o.a. Crataegus laevigata, Cr. x grignonensis, …

Bijzondere vruchtbomen zijn ook geschikt voor kleine tuinen zoals mispel en kweepeer op stam. Laburnum anagyroides en cultivars van sierappels zoals bv. ‘Evereste’ (weinig ziektegevoelig!). Heel fraai is Cornus kousa met witte schijnbloemen en rode, vlezige vruchten. Nog enkele bijzondere soorten: Cotinus obovatus (Amerikaanse pruikenboom), Hibiscus syriacus op stam, Chionanthus virginicus, Halesia carolina, Cercis canadensis ‘Forest Pansy’ en Ilex x koehneana ‘Chestnut Leaf’.

Enkele geschikte bolbomen: Acer campestre ‘Nanum’, Quercus palustris ‘Green Dwarf’, Carpinus betulus ‘Columnaris’, Ginkgo ‘Mariken’, Fraxinus ornus ‘Meczek’, Liquidambar styraciflua ‘Gum Ball’, Corylus ‘Anny’s Compact Globe’, Crataegus monogyna ‘Compacta’, … Ook bij Tilia cordata en T. tomentosa zijn er bolvormen te vinden. Een bolboom die gewoon kan geschoren worden is het gemakkelijkst te beheren en het meest duurzaam. Zuilboom: bv. Koelreuteria paniculata ‘Fastigiata’. Zuilbomen worden na verloop van tijd dikwijls toch te hoog en kunnen zijwaarts gaan uitzakken waardoor ze ook in de breedte te veel ruimte gaan innemen. Knotbomen zoals wilg, es, zomereik, haagbeuk, linde of gewone esdoorn kunnen eveneens in kleine tuinen, indien het tuinconcept en omgeving zich hiertoe leent, maar vragen uiteraard een knotbeheer. Tenslotte kunnen fruithagen en laagstambomen ook zorgen voor een heerlijke eetbare tuin.

boom2

De aanplant van de boom

Een goede periode om je boom te kiezen en te reserveren bij de boomkweker, is het groeiseizoen. Als het kan is het zeker ook verstandig om reeds in de zomer een ruim plantgat uit te graven. Een kuil van 80 cm doormeter en 80 cm diep is ideaal. Ook de grond onderaan in de kuil goed losmaken en eventueel al een gat boren in de put en de steunpaal plaatsen aan de zuid west kant. De hoogte van de steunpaal moet ongeveer tot aan de helft van de boomstam. Indien je tuin op zanderige grond ligt, kan je de uitgegraven grond reeds vermengen met compost. Op klei de grond wat luchtiger maken met zand. Nadien deze mengeling gewoon terug in het plantgat doen en laten rusten. Het bodemleven zal dan terug herstellen tegen de plantperiode in het najaar. Hiermee heb je een aanzienlijke voorsprong voor een goede hergroei!

Tijdens het najaar graaf je de put terug open en plaats je de boom in het plantgat waarbij de bovenkant van de kluit op gelijke hoogte ligt als het omringende grondniveau. Zachtjes aanvullen met grond en de boom even ‘schudden’ zodat de grond goed aansluit tussen de wortels. Daarna zachtjes aantrappen, een laagje grond en nogmaals aantrappen om ‘nazakken’ te voorkomen. De paal aanbinden in 8-vorm zodat de boom nooit tegen de paal kan schuren. Daarna nog een laagje compost bovenop de grond en flink aangieten. De herfst is zeker de beste plantperiode. In de warme grond kan de boom zich nog settelen en de volgende lente vlot uitgroeien. Planten in het voorjaar kan ook maar vraagt meer opvolging tijdens langdurige droogteperiodes.

Meer over Paul Janssen Tuinstudio (in Kasterlee) vindt u HIER.

Informatie over Velt Nederland vindt u HIER.

Informatie over Velt België vindt u HIER.