De provincie Zuid-Holland mag voorlopig geen schop in de grond steken om de vaarweg in Overschie te verleggen. Volgens de Raad van State is onduidelijk of het aanleggen van een waterkering aan de westelijke Schie-oever mogelijk is. Hoe de huidige bomenrij behouden kan blijven, is evenmin helder. Het verzoek om een voorlopige voorziening, ingediend door de Vereniging Tegen Milieubederf (VTM) en twee bestuursleden van de vereniging ”t Is Over zonder Schie’, werd daarom op 2 augustus door de Raad van State toegekend.

Cultuurhistorische dorpskern
Met de aanleg van een 800 meter lang kanaal dwars door het zuidwestelijke deel van de Oost-Abtspolder zal het karakteristieke en nu nog pittoreske beeld van de cultuurhistorische dorpskern van Overschie definitief verloren gaan. Tevens zal twee derde van de 650 populieren, die nu nog langs de polderdijk staan, voor de werkzaamheden moeten sneven. Het dagelijks bestuur van de deelgemeente Overschie schoof echter alle 428 ingediende zienswijzen opzij en stelde op 17 april dit jaar het wijzigingsplan ‘Bochtafsnijding Delftse Schie’ vast. Dit plan maakt het mogelijk om de haakse bocht in de vaarweg recht te trekken.

Grondwerkzaamheden
De Vereniging Tegen Milieubederf (VTM) en twee bestuursleden van de vereniging ”t Is Over zonder Schie’ vroegen een voorlopige voorziening aan tegen dit besluit. De provincie stond namelijk al te trappelen om in september 2013 de spade in de grond te steken voor de aanleg van het nieuwe kanaal. Terwijl het probleem van de waterveiligheid voor de regio en de afwatering van de stortplaats DOP-NOAP nog niet geborgd is. Ook twijfelt de VTM al jaren aan nut en noodzaak van het miljoenen verslindende project, waarbij zij gesteund wordt door het second-opinion-onderzoek van adviesbureau CE uit Delft.

Bomenrij
De bochtafsnijding is uitvoerbaar. Dit betoogde de jurist, die namens het dagelijks bestuur van de deelgemeente Overschie het woord voerde bij de Raad van State op 2 augustus. Voor de waterkering aan de westelijke oever zijn verschillende oplossingen mogelijk. Maar die moeten nog wel nader worden onderzocht. Onzeker is, wat er met de bomenrij gaat gebeuren bij de uitvoering en de aanleg van de nieuwe vaarweg. “Maar er zal zorg voor worden gedragen dat de bomen worden terug geplant voor zover de waterkering dat toelaat,” aldus de jurist. In overleg met het waterschap zal dit worden onderzocht.

Visuele afscherming
Tijdens de zitting werd niet duidelijk of het mogelijk is een waterkering aan de westelijke oever aan te leggen en zo ja, hoe deze dan zal worden aangelegd, oordeelde de voorzitter van de afdeling bestuursrechtspraak. Tevens is niet duidelijk geworden in hoeverre de bomenrij, die dient als visuele afscherming van het ten westen van het plangebied gelegen bedrijventerrein, kan worden gehandhaafd in verband met de aanleg van de waterkering. Die aspecten hadden, gelet op de nauwe samenhang met het plan, betrokken moeten worden bij de vaststelling ervan, ook al zal de waterkering buiten het plangebied worden aangelegd. De stelling dat een en ander nog nader zal worden onderzocht, achtte de voorzitter onvoldoende. Tot slot stak de Raad van State een stokje voor het bochtafsnijdingsplan.

Zie ook:

Bochtafsnijding voorlopig niet uitvoerbaar

Uitspraak Raad van State inzake bochtafsnijding Delftse Schie Overschie

 

Plangebied bochtafsnijding Delftse Schie bij Overschie stichting De Bomenridders Rotterdam

Dwars door de Oost-Abtspolder, waar al niet veel meer van over is dankzij een enorm bedrijventerrein en een afvalstortplaats, moet een nieuwe vaargeul komen (blauwe stippellijn). Dit, omdat de haakse bochten in de Delftse Schie maar lastig zouden zijn.